1. Het symptoom is zelden het echte probleem
Bij hypochondrie is de focus gericht op:
- lichamelijke signalen
- mogelijke diagnoses
- “wat als…?”-scenario’s
Maar wat eronder ligt is vaak:
angst om de controle te verliezen
angst voor dood, verval of afhankelijkheid
eerdere ervaringen met ziekte of verlies
Het lichaam wordt de plek waar die angst zich vastzet.
2. Leren onderscheiden: voelen ≠ gevaar
Mensen met hypochondrie voelen vaak meer en scherper dan anderen.
Belangrijk inzicht:
Iets voelen betekent niet automatisch dat het gevaarlijk is.
Oefen met vragen als:
- “Is dit nieuw, of ken ik dit al?”
- “Is dit eerder ook weer weggegaan?”
- Niet om jezelf gerust te stellen, maar om te nuanceren.
3. Stop de geruststellingsval
- Veelvoorkomende reacties:
- googelen
- steeds doktersbezoek
- anderen om geruststelling vragen
Die helpen kort, maar maken de angst op lange termijn groter.
Probeer de cyclus te doorbreken door:
- het googelen uit te stellen
- één vaste afspraak met een arts aan te houden
- de onrust even te verdragen zonder actie
Dat is moeilijk — en juist daarom helend.
4. Richt je aandacht terug naar het leven
Gezondheidsangst vernauwt het leven tot overleven.
Help jezelf door bewust:
- aandacht te geven aan wat er nu is
- activiteiten te doen die je uit je hoofd en in je lichaam brengen
- plezier, contact en betekenis toe te laten
Niet als afleiding, maar als tegenwicht.
5. Angst wil zekerheid — maar zekerheid bestaat niet
Een kern van hypochondrie is:
- “Ik moet zeker weten dat ik niet ziek ben.”
Maar absolute zekerheid bestaat niet.
Oefenen met:
- “ik weet het nu niet, en dat is ongemakkelijk”
- leven mét onzekerheid
- is vaak een sleutel tot vermindering van klachten.
6. Onderzoek wat de angst je probeert te zeggen
Soms gaat het ook over:
- niet gezien of gehoord worden
- het gevoel dat je lichaam je in de steek laat
- oude ervaringen waarin je alleen stond met angst
De klacht is echt — ook als de oorzaak niet lichamelijk is.
7. Begeleiding werkt het best als die breder kijkt
Effectieve begeleiding richt zich niet alleen op:
- gedachten corrigeren
- maar ook op:
- angstregulatie
- lichaamsbewustzijn
- onderliggende thema’s (verlies, controle, hechting)
Want rust in het lichaam vermindert vaak de focus op het lichaam.